Eindejaarstips 2018

Voor alle ondernemers

 

1. Terugkijkend: Is uw voorlopige aanslag 2018 wel juist gebleken?

Nu het jaar 2018 bijna voorbij is, is het goed om uw voorlopige aanslag 2018 te beoordelen. Deze voorlopige berekening is gebaseerd op een vooraf ingeschatte situatie, maar dat kan natuurlijk zijn veranderd. Te denken valt aan veranderingen in uw inkomen, gezinssamenstelling of woonsituatie. Wellicht is daardoor de voorlopige aanslag substantieel te hoog of te laag.

Denkt u dat dit het geval is of kan zijn, neem dan even contact met ons op. Mogelijk is het raadzaam om alvast een aanpassing te vragen. Over afwijkingen betaalt u namelijk 4% belastingrente, vanaf 1 juli 2019. Heeft u teveel betaald, dan loopt u rente over het 1e halfjaar mis, want er wordt geen rente meer vergoed. Voor de vennootschapsbelasting geldt zelfs een percentage van 8%. Het is dus zaak dat de voorlopige aanslag bij benadering gelijk is aan de werkelijk te betalen belasting.

>> Noot: Denkt u dat dit het geval is of kan zijn, neem dan even contact met ons op. Mogelijk is het raadzaam om alvast een aanpassing te vragen. Over afwijkingen betaalt u namelijk 4% belastingrente, vanaf 1 juli 2019. Heeft u teveel betaald, dan loopt u rente over het 1e halfjaar mis, want er wordt geen rente meer vergoed. Voor de vennootschapsbelasting geldt zelfs een percentage van 8%. Het is dus zaak dat de voorlopige aanslag bij benadering gelijk is aan de werkelijk te betalen belasting.

2. Vooruitkijkend: Is uw voorlopige aanslag 2019 wel juist ingeschat?

Inmiddels heeft u wellicht uw voorlopige aanslag 2019 ontvangen. Het is goed deze voorlopige berekening goed te bekijken. Het is meestal gebaseerd op historische gegevens en dat hoeft natuurlijk niet overeen te komen met de verwachting van 2019. Mede gezien de belastingrente (zie vorig artikel) is directe aanpassing wellicht gewenst. Zo voorkomt u een forse bijbetaling of renteverlies.

>> Let op: Let op: Ieders situatie is anders. Neem de situatie even door met ons, maak samen een proefberekening en vergelijk deze met de voorlopige aanslag 2019.

3. Benut u de investeringsaftrek?

Kijk eens even in uw administratie naar de aanschaf van duurzame zaken die u in 2018 heeft gedaan. Dit zijn bedrijfsmiddelen van meer dan € 450 (ex BTW), waarbij bij elkaar horende zaken als één bedrijfsmiddel tellen. Er zijn enkele uitzonderingen, waaronder personenauto’s. Haalt u de ondergrens voor investeringsaftrek ad € 2.300 ex BTW? Dan komt u in aanmerking voor 28% investeringsaftrek! Misschien is het nog extra voordelig om in 2018 te investeren!

>> Tip: Mocht u nog een aanschaf willen doen, maar blijft u onder de drempel? Stel dan de investerings-datum uit tot in het nieuwe jaar.

4. Wilt u nog investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen?

Bent u van plan te investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen? Dan krijgt u – naast de investeringsaftrek – ook nog eens energie-investeringsaftrek (EIA). U ontvangt deze extra aftrek voor bedrijfsmiddelen die vermeld staan op de Energielijst (zie www.rvo.nl). De EIA bedraagt in 2018 54,5%, maar daalt in 2019 naar 45%. Mocht u de investering nog in 2018 kunnen realiseren, dan scheelt dat 9,5%!

>> Tip: Mocht de levering pas plaatsvinden in 2019, maar doet u de investeringsverplichting reeds in 2018? Betaalt u dan minimaal 25% aan, dan komt deze EIA-investering toch nog in aanmerking voor het hogere percentage van 2018.

5. Heeft u te maken met klanten die niet kunnen betalen?

Heeft u te maken met klanten die hun facturen niet betalen en dat ook niet meer kunnen doen? En heeft u de BTW hierover al aangegeven en betaald? Dan kunt u de BTW van deze oninbare vorderingen een terugvragen bij de Belastingdienst op een stuk eenvoudigere wijze dan voorheen. Allereerst is terugvordering mogelijk één jaar nadat de factuur is verstuurd. Bovendien is een apart verzoek niet meer nodig, maar kunt u het oninbare BTW-bedrag gewoon opnemen in de normale BTW-aangifte.

>> Let op: Voor oudere dubieuze vorderingen gelden de oude regels. Dus dat betekent binnen een maand na definitieve vaststelling van oninbaarheid en middels aparte brief met verzoek. Anders vervalt het recht van beroep en bezwaar. Tip: Stuur de betreffende facturen als bijlage mee.

6. Factureert u met het lage BTW-tarief van 6%?

Het lage BTW-tarief gaat per 1 januari 2019 van 6% naar 9%. De verhoging betreft met name levensmiddelen, boeken, tijdschriften, bloemen, planten, de kapper, de fietsenmaker, openbaar vervoer, culturele en sportieve activiteiten. De ingangsdatum betreft het moment van factureren. Het is dus toegestaan om – indien mogelijk – goederen en diensten te factureren in 2018 (tegen 6%), en de levering pas te laten plaatsvinden in 2019.

>> Let op: Bij levering van goederen en diensten aan particulieren geldt dat ook de betaling in 2018 moet plaatsvinden.

7. Zijn er nog wijzigingen in uw onderneming?

Heeft u uw activiteiten beëindigd, zijn er compagnons bijgekomen of vertrokken? Zorg dan dat de wijziging vóór 31 december 2018 door de Kamer van Koophandel is bijgewerkt. Het kan u in het nieuwe jaar onnodige handelingen besparen. Heeft u personeel in dienst en worden die (wel eens) gedetacheerd, dan bent u verplicht dit te registreren als activiteit bij de Kamer van Koophandel. Wie niet voldoet aan deze registratie riskeert zelfs een boete van € 12.000 per werknemer.

>> Tip: Zijn er andere wijzigingen, waarbij u ons nodig heeft of waarover u graag met ons van gedachten wilt wisselen? Maak gerust een lijstje en loop het even samen met ons door. Dan kunnen we samen bepalen of er nog actie moet worden ondernomen in 2018 of dat we in de loop van 2019 eens rustig om de tafel kunnen gaan zitten.

Voor eenmanszaak, zzp-er & vof

 

8. Maakt u gebruik van de KOR (Kleine Ondernemersregeling)?

Moest u per saldo over het hele jaar 2018 weinig BTW betalen? En is dat bedrag onder of nabij de drempel van € 1.883? Maak dan optimaal gebruik van de Kleine Ondernemersregeling (KOR) door de laatste factureringsronde uit te stellen tot begin 2019 en/of de inkopen zoveel mogelijk in december te doen. Onder de drempel van € 1.345 mag u zelfs alle BTW houden!

>> Tip: Tip: Maakt u gebruik van de KOR? Dan kunt u ook verzoeken om jaaraangifte te doen. Vraag het dan in 2018 nog aan, dan is het voor 2019 meteen geregeld!

>> Let op: De KOR wordt in 2020 waarschijnlijk gewijzigd. De nieuwe regeling gaat gelden voor alle ondernemers en instellingen, en gaat uit van een omzetgrens van € 20.000 ex BTW. Bedrijven en instellingen met een lagere omzet dan € 20.000, kunnen ervoor kiezen zonder BTW te factureren. De keuze moet vooraf kenbaar moeten gemaakt, en mag slechts eens per drie jaar worden herzien.

9. Is uw urenadministratie op orde?

Om in aanmerking te komen voor vele ondernemersfaciliteiten, waaronder zelfstandigenaftrek, startersaftrek, investeringsaftrek, en meewerkaftrek, dan moet aan het urencriterium voldoen. Ofwel, u moet in het jaar 2018 minimaal 1225 uur hebben besteed aan uw onderneming. Denk daarbij ook aan niet-declarabele uren, zoals acquisitie, studie en netwerken. Zorg dat u een overzicht heeft (papieren of digitale agenda) van de aan uw onderneming bestede uren, zodat u kunt aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

>> Let op: Bent u behalve ondernemer ook werknemer? Dan geldt er nog een tweede criterium: U moet namelijk meer dan 50% van de werktijd aan uw onderneming besteden.

10. Haalt u het urencriterium niet?

Als u het urencriterium niet haalt, dan kunt u wel gebruik maken van de ondernemersfaciliteit MKB-winstvrijstelling. Dit houdt in dat – ongeacht het behalen van het urencriterium – 14% van het winstinkomen vrijgesteld is van inkomstenbelasting.

11. Maakt u gebruik van de FOR?

Maakt u gebruik van de jaarlijkse dotatie aan de Fiscale Oudedagsreserve? Zorg er dan voor dat er op 31 december 2018 voldoende saldo op uw zakelijke rekening staat. Ter informatie: de dotatie in 2018 bedraagt 9,44 % van de ondernemingswinst, met een maximum van € 8.775. Daarnaast: een hogere zakelijke bankrekening stelt de FOR veilig, en zorgt ook voor een lagere stand in box 3.

>> Let op: Twijfelt u aan het bedrag dat u op de zaak moet hebben staan? Neem dan contact met ons op, of houd een ruime marge aan.

12. Liquiditeiten in eenmanszaak, vof of maatschap

Liquiditeiten in een eenmanszaak, vof of maatschap mogen niet onbeperkt worden aangehouden. Duurzaam overtollige liquide middelen worden fiscaal aangemerkt als privévermogen, en zijn dus in box 3 belast. Wat onder ‘duurzaam overtollig’ wordt beschouwd is niet een absoluut gegeven, maar verschilt per ondernemer. Uitgangspunt is welke bedrijfsrisico’s aanwezig zijn, welke toekomstige investeringen gepland staan, hoe de liquiditeitsprognose eruit ziet en wat als werkkapitaal dient te worden aangehouden.

>> Let op: Twijfelt u of het hoge saldo van uw zakelijke liquiditeiten wordt geaccepteerd? Neem dan contact met ons op om een acceptabele bovengrens te accepteren.

13. Overweegt u een BV?

Wellicht is ondernemen via een besloten vennootschap aantrekkelijk voor u. Het oprichten van een BV is tegenwoordig vrij eenvoudig, maatwerk is mogelijk en het storten van aandelenkapitaal heeft ook al jaren niet meer de minimumeis van € 18.000. Of een BV interessant is voor u hangt af van verschillende factoren, bijvoorbeeld de hoogte van uw DGA-salaris, de wijze waarop u met overwinsten wilt omgaan, of het beter willen afschermen van privévermogen.

>> Let op: Overweegt u een BV? Neem dan contact op met uw relatiebeheerder.

Voor BV en DGA

 

14. Heeft u het juiste gebruikelijk loon?

Als DGA wordt u geacht een gebruikelijk loon te krijgen voor de werkzaamheden die u verricht voor uw BV. Het gebruikelijk loon moet minimaal het hoogste van de drie voorwaarden bedragen:

  • 75% van het loon dat gebruikelijk is voor soortgelijke dienstbetrekkingen;
  • het hoogste loon van de overige werknemers;
  • € 45.000.
Enerzijds moet de fiscus aangeven op basis van welke criteria vergelijkbare dienstbetrekkingen zijn gekozen, anderzijds moet u meer uw best doen een lager fictief loon te bepleiten.

>> Let op: Bij de opstart van een BV is een lager fictief loon bij voorbaat toegestaan.

15. Wat is de stand van uw rekening-courant directie?

Het is goed om uw rekening-courant als DGA met uw BV te bekijken. Is het van een acceptabel niveau? Kunt u ingeval van een schuld aan de BV wellicht wat aflossen? Of bent u bereid rente ad 2% daarover te berekenen? Is het te beschouwen als een voorschot op het dividend? Of is het wellicht interessant om de schuld om te zetten in een lening? Andersom: Kan de BV ingeval van een vordering op de BV het bedrag overmaken naar privé? Of moeten ook daar maatregelen worden getroffen?

>> Tip: Heeft u een hoge rekening-courantstand? Laten we dan samen de best passende oplossing bekijken!

16. Heeft u uw leningovereenkomstenen met uw BV op orde?

Als u geld leent van uw BV of aan uw BV, dan is het wel van belang dat er leningovereenkomsten zijn, en dat deze leningen zakelijk zijn. Een lening is zakelijk als een willekeurige derde een dergelijke lening ook zou aangaan of verstrekken. Tot slot dient u de rente ook daadwerkelijk te betalen aan BV.

>> Tip: Heeft u dit jaar een bedrag geleend van uw BV of wilt u uw rekening-courant uitbreiden? Neem dan contact op. Wij hebben voor u een conceptovereenkomst voor deze DGA-verplichtingen.

>> Noot: Het kabinet is voornemens om met ingang van 2022 dat de totale schuldpositie van de DGA met de eigen BV boven € 500.000 worden belast tegen het AB-tarief in box 2. Daarbij zijn leningen ten behoeve van de eigen woning uitgezonderd.

17. Pensioen voor DGA’s in eigen beheer

Als DGA kunt u met ingang van boekjaar 2017 geen pensioen via uw eigen BV meer opbouwen, het zogeheten pensioen in eigen beheer (PEB). Door deze fiscale mogelijkheid zijn echter diverse problemen ontstaan, zoals onder meer de problemen die ontstaan door het verschil in fiscale en commerciële waardering en de schijnbare onmogelijkheid om nog dividend te kunnen uitkeren bij aanwezigheid van een pensioen in eigen beheer. Het voorstel dat nu bij de Tweede en Eerste kamer ligt is om het fiscaal vriendelijke DGA-pensioen af te schaffen.

Ons advies was allereerst om de opbouw per 1 januari 2017 stop te zetten. Vanaf deze datum is de aanspraak namelijk belast. Dit besluit moet worden genomen in de algemene vergadering van aandeelhouders en in de notulen worden vastgelegd. Daarnaast moet de stopzetting van de opbouw ook in de pensioenovereenkomst worden vastgelegd. Eventuele extern afgesloten partnerpensioen moet uiteraard ook worden aan gepast.

Voor het reeds opgebouwde pensioen biedt de wetgever 3 mogelijkheden:

  1. Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde, plus afkoop met korting zonder revisierente *);
  2. Fiscaal geruisloos afstempelen naar fiscale waarde, plus omzetting naar een oudedagsverplichting;
  3. Bevriezen van het bestaande pensioen in eigen beheer.
*) Afkopen kan in 2017, 2018 en 2019. De korting wordt echter elk jaar lager: In 2017 bedroeg de korting 34,5%, in 2018 is het 25% en in 2019 wordt het 19,5%. De vrijstelling van revisierente geldt voor al deze jaren.

>> Let op: Indien ook sprake is van pensioenrechten voor uw (ex)partner, dan dient uw (ex)partner in te stemmen met uw beslissing.

>> Tip: Heeft u een nog een deel van uw pensioen extern verzekerd? Dan kunt u uw verzekeraar verzoeken om dit pensioen over te dragen naar uw eigen BV. Dit kan aantrekkelijk zijn als u het pensioen in eigen beheer wilt afkopen of wilt omzetten in een oudedagsverplichting. Het verzoek moet dan wel uiterlijk 31 december 2018 worden gedaan.

18. Wilt u dividend uitkeren?

Wilt u dividend uitkeren? Dan moet er wel gekeken worden of dat wettelijk gezien wel kan. Er zijn namelijk randvoorwaarden om dividend te kunnen uitkeren, waaronder de voorwaarde dat de pensioenverplichting niet in gevaar mag komen.

De eerder aangekondigde afschaffing dividendbelasting voor bedrijven gaat niet door. Het vrijgekomen bedrag wordt besteed aan verlaging van de tarieven voor de vennootschapsbelasting: Voor de eerste € 200.000 winst bedraagt het tarief 20%. In 2019 wordt dit 19%, daalt vervolgens in 2020 en tot een tarief in 2021 ad 15%. Voor de winst boven € 200.000 blijft het tarief 25% in 2019, en daalt in de jaren daarna naar 20,5% in 2021.

Het huidige tarief dividendbelasting bedraagt 25%. Voor 2020 is echter een verhoging aangekondigd naar 26,25% en een verdere verhoging vanaf 2021 van 26,9%.

>> Tip: Wilt u en kunt u dividend uitkeren? Dan kan het lonend zijn om de dividenduitkering te plannen in 2018 of 2019. Wij denken graag met u mee.

Mobiliteit

 

19. Auto in privé? Is uw kilometeradministratie op orde?

Een sluitende kilometeradministratie is noodzakelijk om te bepalen hoeveel zakelijke ritten u heeft gereden, en om te bepalen welk bedrag u mag aftrekken van de winst, à € 0,19 per zakelijke kilometer. Ook voor de nieuwe regeling voor de BTW is dit overzicht onontbeerlijk.

Daarnaast mag u – in de verhouding zakelijke kilometers versus privékilometers – de BTW terugvorderen van door u in privé gemaakte autokosten. Hieronder vallen bijvoorbeeld de BTW van de brandstofkosten, onderhoud en reparatiekosten.

>> Tip: leg de kilometerstand per 1 januari en 31 december van elk jaar vast, en noteer de zakelijke ritten. Per saldo heeft u dan jaarlijks inzicht in totale, zakelijke en dus ook privékilometers!

20. Auto op de zaak? Denkt u aan de BTW privégebruik auto?

Als u de auto van de zaak ook privé gebruikt en u heeft gedurende het jaar BTW van de autokosten terug gevraagd, dan moet u over het privégebruik BTW (terug)betalen. Hiervoor kunt u een forfaitaire regeling gebruiken: de BTW-heffing privégebruik auto bedraagt dan 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

U mag ook over het werkelijke privégebruik BTW (terug)betalen. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een kilometeradministratie bijhouden.

>> Tip 1: Voor de auto die vijf jaar door de onderneming is gebruikt en voor auto’ s die zonder BTW zijn aangekocht, geldt het lagere percentage van 1,5%.

>> Tip 2: Betaal brandstof voor de auto van de zaak met een bankpas, creditcard of tankpas, maar niet contant. Zo kunt u voor de aftrek van voorbelasting aantonen dat u de brandstof zelf heeft betaald.

21. Auto op de zaak? Hoe zit het met de bijtelling?

Als u de auto van de zaak ook privé gebruikt, dan moet u inkomstenbelasting betalen over het privégebruik, ter hoogte van een bijtellingspercentage van de cataloguswaarde. Een verlaagd bijtellingspercentage geldt vanaf de maand van eerste toelichting, en staat voor 60 maanden (5 jaar) vast. Daarna geldt het reguliere tarief. Hierbij wordt niet gekeken naar het wisselen van eigenaar.

Per kalenderjaar (= jaar ingebruikname) gelden de volgende percentages:

Uitstoot in CO2 per km 2017 2018 2019 2020 2021
0 gram *) 4% 4% 4% 4% 4%
1 - 50 gram 17% 22% 22% 22% 22%
51 - 106 gram 21% 22% 22% 22% 22%
meer dan 106 gram 25% 22% 22% 22% 22%


*) Voor elektrische auto’s met een cataloguswaarde boven € 50.000 geldt vanaf 2019 een gesplitst percentage van 4% tot € 50.000 en 22% daarboven. Deze gecombineerde bijtelling wordt ook wel de Tesla-tax genoemd.

Voorbeeld 1: Een auto is gekocht en in gebruik genomen in 2013, met een CO2-uitstoot van 45 gram. Hiervan bedraagt het bijtellingspercentage tot en met 2021 17%. Vanaf 2022 gaat het bijtellingstarief van 25% gelden.

Voorbeeld 2: Een auto is gekocht in 2019, in gebruik genomen in 2017, met een CO2-uitstoot van 45 gram. Hiervan bedraagt het bijtellingspercentage tot en met 2021 17%. Vanaf 2022 gaat het bijtellingstarief van 22% gelden.

>> Let op: Indien een bedrijfsauto puur voor zakelijke doeleinden wordt gebruikt hoeft er geen bijtelling betaald te worden. Hiervoor moet je wel kunnen aantonen dat de auto alleen zakelijk is gebruikt. De Belastingdienst verlangt dat je een zogeheten kilometerregistratie bijhoudt. Dit is een sluitend overzicht van alle gereden ritten (datum, kilometerstand begin en einde rit, vertrekadres, aankomstadres, privé of zakelijke rit, gereden kilometers)

>> Noot: In het Regeerakkoord is het voorstel opgenomen om de 60-maandstermijn te schrappen en de percentages jaarlijks aan te passen.

22. Een nieuwe auto op de zaak? Benut de investeringsaftrek voor elektrische auto’s

Overweegt u de aanschaf van een elektrische auto? Dan is het raadzaam dit nog voor het einde van 2018 te doen. Nu bedraagt de bijtelling voor elektrische auto’s 4% van de catalogusprijs. Met ingang van 2019 wordt de bijtelling beperkt tot de eerste € 50.000 van de catalogusprijs en geldt voor het meerdere de reguliere bijtelling van 22%.

Daarbij komt u in 2018 in aanmerking voor milieu-investeringsaftrek (MIA). De MIA geldt voor (semi-) elektrische auto’s met een maximale CO2-uitstoot van 30 gr/km en is afhankelijk van de cataloguswaarde. Het aftrekpercentage bedraagt 27% c.q. 36% en de maximale in aanmerking te nemen investeringsbedrag bedraagt € 35.000 c.q. € 50.000. U komt in aanmerking voor de MIA als u de investering binnen 3 maanden na de investeringsverplichting meldt bij RVO.nl.

>> Tip: Ook laadpalen met een aanschafwaarde boven de € 2.500 komen voor de MIA in aanmerking.

23. Auto op de zaak of in privé?

Een van de meest gestelde vragen is wel of het nieuwe vervoermiddel op de zaak of in privé moet worden aangeschaft. Laten we voorop stellen dat je niet bij elke nieuwe vervoersaankoop kan wisselen van zakelijk naar privé of andersom. Vooral bij een eerste aanschaf of bij een belangrijke situatiewijziging kan de vraag worden gesteld.

>> Tip: Een van de meest gestelde vragen is wel of het nieuwe vervoermiddel op de zaak of in privé moet worden aangeschaft. Laten we voorop stellen dat je niet bij elke nieuwe vervoersaankoop kan wisselen van zakelijk naar privé of andersom. Vooral bij een eerste aanschaf of bij een belangrijke situatiewijziging kan de vraag worden gesteld.

24. Fiets van de zaak of een zakelijke fiets?

Menig ondernemer en werknemer maakt voor het woon-werkverkeer regelmatig gebruik van de fiets, hetzij naar de klant, ofwel naar de trein. Overweegt u de aanschaf van een fiets van de zaak? Voor u of uw werknemers? Voor uw medewerkers is een fiets niet meer onbelast te vergoeden, maar valt deze onder de werkkostenregeling, in de vrije ruimte. Als de vrije ruimte al geheel is benut, dan is eindheffing van 80% verschuldigd. Dat is niet gewenst. Een mogelijk alternatief is dat de fiets wordt aangeschaft, maar dat deze in eigendom van de zaak blijft, ofwel een zakelijke fiets. Ook handig voor korte ritjes van de zaak naar de klant!

>> Tip: Gebruikt uw werknemer zijn/haar eigen fiets voor het woon/werk verkeer? Dan kunt u een onbelaste reiskostenvergoeding (blijven) geven voor woon-werk verkeer, van maximaal € 0,19 per kilometer. Immers, de werknemer reist met een eigen vervoermiddel.

>> Let op: In 2020 komt een nieuwe fietsenregeling, waarbij – gelijk een zakelijke auto – inkomstenbelasting moet worden betaald over het privégebruik, ter hoogte van 7% van de consumentenadviesprijs. Deze nieuwe regeling gaat gelden voor alle soorten fietsen.

Overige zaken

 

25. Verminder verstandig uw box 3-vermogen

Het is wellicht mogelijk om uw box 3-vermogen op verstandige wijze te verminderen vóór 31 december 2018. Dat is interessant voor verschillende doeleinden. Uiteraard voor een lagere stand per 1 januari 2019, zodat u minder vermogensrendementsheffing betaalt. Maar ook omdat deze stand wordt gebruikt voor toeslagen, kindgebonden budget en de eigen bijdrage voor de AWBZ-zorg.

Met ingang van 1 januari 2017 verandert de berekening van box 3. Verondersteld wordt dat lagere vermogens slechts de lagere spaarrente genieten, terwijl hogere vermogens door bv. beleggen meer rendement opleveren. Daarom wordt het vast forfaitaire rendement van 4% vervangen door drie oplopende schijven met jaarlijks veranderende rendementspercentages. U kunt dus ‘sturen’ op het heffingsvrije vermogen of op een grens van een lagere schijf. Voor 2018 zijn de schijven als volgt:

Schijf Vermogen in box 3 Fictief rendement Berekening (ter info)
0 t/m € 30.000 Heffingsvrij Heffingsvrij
1 vanaf € 30.001 t/m € 100.800 2,65% 2/3 x 0,36% plus 1/3 x 5,38%
2 vanaf € 100.801 t/m € 1.000.800 4,52% 1/5 x 0,36% plus 4/5 x 5,38%
3 vanaf € 1.000.801 5,38% 0/3 x 0,36% plus 3/3 x 5,38%


Mogelijkheden op uw box-3 vermogen te verlagen:
  • Laat overtollige liquiditeiten – voor zover toelaatbaar – in de onderneming, waardoor u wellicht (ook) uw FOR veilig stelt, of uw rekening-courant met uw BV vermindert.
  • Koop nog dit jaar een lijfrente
  • Overweeg groene beleggingen; hiervoor geldt een vrijstelling voor box 3 (€ 57.385 per persoon)
  • Los uw kleine hypotheek af, als hiervoor geen hypotheekrenteaftrek (meer) mogelijk is.
  • Schenk aan uw kinderen
  • Schenken aan derden
  • Schenk aan ANBI-instellingen
  • Schenk aan culturele instellingen (dit levert u zelfs extra aftrek op!)
  • Doe geplande aankopen nog in 2018
  • Stel geplande verkopen uit tot in 2019

26. Benut de schenkingsvrijstelling optimaal

Jaarlijks heeft u de mogelijkheid om gebruik te maken van de schenkingsvrijstelling. U kunt vrijgesteld schenken aan uw eigen kinderen (2018: maximaal € 5.363) en aan anderen (2018: € 2.147). Daarnaast kunt u kinderen tussen 18 en 40 jaar eenmalig € 25.731 (bedrag 2018) onbelast schenken. Dit bedrag mag worden verhoogd tot € 53.602 (bedrag 2018), onder voorwaarde dat het geschonken bedrag zou worden gebruikt ter financiering van een studie of beroepsopleiding, of voor de eigen woning. Daarbij valt te denken aan de aanschaf, de aflossing van de hypotheekschuld of van aflossing van de restschuld.

Er is een speciale verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.800. Dit kunnen schenkingen zijn aan eigen kinderen of aan anderen. Voorwaarden zijn de leeftijdsgrens (tussen 18 en 40 jaar) en mits besteed aan de eigen woning van de begunstigde. De zogeheten jubelton mag zelfs gespreid in drie aaneengesloten jaren worden geschonken.

>> Let op: Er is een speciale verhoogde schenkingsvrijstelling van € 100.800. Dit kunnen schenkingen zijn aan eigen kinderen of aan anderen. Voorwaarden zijn de leeftijdsgrens (tussen 18 en 40 jaar) en mits besteed aan de eigen woning van de begunstigde. De zogeheten jubelton mag zelfs gespreid in drie aaneengesloten jaren worden geschonken.

27. Aankoop c.q. verkoop eigen woning rondom de jaarwisseling? Plan het slim!

Verkoopt u uw eigen woning rondom de jaarwisseling? Dan kan het financieel nadelig zijn als de overdracht bij de notaris vóór 1 januari 2019 plaatsvindt. Als u de ontvangen koopsom van een nieuwe eigen woning namelijk pas ná 1 januari 2019 gebruikt voor de aankoop van een nieuwe eigen woning, dan behoort het ontvangen bedrag per 1 januari 2019 tot uw vermogen in box 3. Met forse belastingheffing als gevolg. U kunt dan beter de overdracht laten plaatsvinden naar begin januari 2019.

Koopt u een eigen woning rondom de jaarwisseling en betaalt u deze aankoop (gedeeltelijk) met eigen geld? Dan kan het financieel nadelig zijn als de overdracht bij de notaris ná 1 januari 2019 plaatsvindt. Het eigen geld ten behoeve van de eigen woning behoort dan per 1 januari 2019 nog tot uw vermogen in box 3. Met belastingheffing als gevolg. U kunt dan beter de overdracht laten plaatsvinden naar eind december 2018.

>> Noot: Schuiven met de overdrachtsdatum zal niet altijd even eenvoudig zijn; de andere partij kan mogelijk een tegengesteld belang hebben.

28. Aftrek studiekosten nog mogelijk in 2019

Overweegt u nog een opleiding of studie voor een beroep? Dan kunt u in 2019 deze kosten nog onbeperkt voor aftrek voor scholingsuitgaven in aftrek nemen.

>> Tip: De afschaffing met ingang van 2019 is uitgesteld. Er zijn plannen om deze aftrekpost voor de aangifte inkomstenbelasting te schrappen. Er is sprake van een afgezwakte studiekostenregeling met scholingsvouchers, vooral gericht op lager opgeleiden en kwetsbare beroepsgroepen. Daarbij wordt mogelijk het scholingsbudget gehalveerd.

29. Aftrek alimentatie in het juiste jaar

Betaalde partneralimentatie vormt onderdeel van de persoonsgebonden aftrek. Het is wel belangrijk dat u deze betalingen in uw aangifte inkomstenbelasting opgeeft in het juiste jaar: in het jaar van betaling. Ontvangen partneralimentatie dient net zo goed in het jaar van ontvangst te worden opgegeven. De alimentatieverplichting – ofwel de totale schuld aan uw ex-partner – kunt u niet opgeven als schuld in box 3.

Betaalde kinderalimentatie kan sinds 2016 niet meer als aftrek uitgaven levensonderhoud kinderen worden genomen. Echter, er is over het hoofd gezien dat deze verplichting als schuld kan worden opgenomen in box 3. Reparatiewetgeving gaat pas gelden vanaf 1 januari 2019, dus in 2016 en 2018 kan men nog de waarde van de kinderalimentatieverplichting nog opvoeren als schuld in box 3.

30. Kom het periodiek verrekenbeding na

Wanneer u op huwelijkse voorwaarden bent getrouwd, en daarin is een periodiek verrekenbeding opgenomen, denk er dan aan die afrekening ook over dit jaar nog op te stellen. Wanneer er niet periodiek is verrekend, bestaat het risico dat er bij einde huwelijk (door scheiding of overlijden) afgerekend wordt alsof er gemeenschap van goederen was.

31. Beoordeel de Werkkostenregeling (WKR)

Alle werkgevers moeten verplicht de Werkkostenregeling toepassen. Kortgezegd worden alle betalingen en verstrekkingen aan werknemers belast met loonbelasting, tenzij het kan worden aangemerkt als gerichte vrijstelling, nihilwaardering of als het binnen de vrije ruimte van 1,2% van de totale fiscale loonsom valt. Bedragen die de vrije ruimte overstijgen zijn belast met 80%.

>> Tip: Beoordeel samen met de salarisadministratie en uw relatiebeheerder of u nog vrije ruimte over heeft, en benut deze vrije ruimte optimaal. Mogelijk kunt u nog een onbelaste uitkering doen t.l.v. de vrije ruimte. Anderzijds kunt u mogelijke overschrijdingen voorkomen door directe verloning bij de medewerkers.

32. VAR / Wet DBA: werken met een opdrachtovereenkomst

Per 1 mei 2017 was de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) van kracht. Deze wet heeft tot veel kritiek geleid in de praktijk. Onlangs heeft de staatsecretaris van Financiën besloten de handhaving van de Wet DBA op te schorten tot in ieder geval 1 januari 2020.

Werkt u nog met een (oude) VAR?
Dan is het verstandig om deze te bewaren om mogelijke naheffing te voorkomen. Immers, als de inspecteur tijdens een belastingonderzoek meent dat een opdrachtgever ten onrechte geen loonheffing heeft ingehouden, dan kan hij tot naheffing overgaan.

Werkt u inmiddels met een modelovereenkomst?
Dan is dat ook goed, of zelfs beter. Immers, de basis van de VAR en een modelovereenkomst zijn namelijk gelijk: Ze tonen beiden aan dat er geen sprake is van een (fictieve) dienstverband, waarbij dus loonheffing door de opdrachtgever dient te worden afgedragen. Het grote verschil is dat bij de VAR u dat zelf hebt ingeschat en de Belastingdienst daarom de VAR heeft afgegeven, terwijl bij een getekende (model)overeenkomst u dit samen met uw opdrachtgever overeen bent gekomen. Beide partijen, zowel opdrachtgever als opdrachtnemer, verklaren dat er geen sprake is van wat wij gemakshalve LPG noemen: Loondoorbetaling bij ziekte, Persoonlijke arbeid en Gezagsverhouding.

33. Laag BTW-tarief van 6% naar 9%

Het lage BTW-tarief gaat per 1 januari 2019 van 6% naar 9%. Indien de verhoging wordt verwerkt in de prijzen, stijgen de consumptieve prijzen met 2,83%. Dit zult u voornamelijk merken aan de prijzen van levensmiddelen, maar ook de prijzen van andere goederen en diensten zullen waarschijnlijk toenemen. Denk daarbij bv. aan boeken, tijdschriften, bloemen, planten, de kapper, de fietsenmaker, openbaar vervoer, culturele en sportieve activiteiten.

>> Tip: Koop zo mogelijk goederen en diensten met lage BTW-tarief nog in 2018.